Praat (niet) Noors met me

Als je naast een Nederlander in het vliegtuig stapt, dan kan je er de donder op zeggen dat je buurman een praatje met je maakt. Of jij met hem. En hij zal er voor open staan. Waar ga jij heen? Oh wat leuk! En hoe lang ga je dan? Ah lekker! Oh weet je waar je echt heen moet? Nou? Daar en daar. Oh ja top, ik heb er echt zin in.

Na het gesprek volgt vaak een pijnlijke stilte. Waarin beide partijen zich voorwenden nooit met elkaar gesproken te hebben. Want je moet het gewoon op een gegeven moment af kappen. Anders zit je de hele vlucht te kletsen met deze onbekende en dat was natuurlijk ook weer niet te bedoeling. Totdat het teken riemen-vast weer aan gaat. Dan wordt het gesprek weer levendig hervat alsof 1 van de 2 even kortstondig nieuwe drankjes halen was. Alsof op een feest.

Als je naast een Noor in het vliegtuig stapt, gaat het anders. Je meest open vriendelijke glimlach opgezet: breek je nog niet door dat ijsgordijn heen. Jouw ‘sorry’ omdat je je buur-Noor aanstootte, wordt beantwoord met een stalen blik naar voren. Het deert ze niks. Het doet ze niks. Zit er überhaupt iemand naast me dan? Niet in mijn wereld. Je ziet het ze denken. Of, dat denk ik dan maar. Aan die generaalsblik valt toch erg weinig af te lezen.

Hoe moet dat nou met mij? Ik word vrolijk van kletsen met onbekende mensen. Gebbetjes hebben samen. Met volslagen vreemden. Het kan werkelijk mijn dag maken. Heb dat van mijn moeder. En nu ben ik verliefd op een Noor. Die uiteraard niet gestapo tegen mij is. Maar wie weet wel tegen dat onbekende meisje naast hem in het vliegtuig. Die uit is op een gebbetje.

Straks zie ik hem. En dan ga ik hem uithoren. En als het mis is, dan stuur ik hem een week met mijn moeder de stad in. Kijken hoe snel de Nederlander in hem is geboren.

(dit bericht schreef ik op 17 februari 2016, toen ik uiteraard nog niet in Noorwegen was :) )

Reageer