Gelijkenis

Vandaag bracht ik mijn oma van 93 een bezoek in het verzorgingstehuis. In haar kamer trof ik haar huilend en verloren aan. Ik had aangebeld en me te laat gerealiseerd dat ze niet meer kon lopen. En dat haar deur standaard op slot zit. Van achter de deur hoorde ik haar angstig roepen: “Zuster zuster”. Ik keek om me heen maar er was natuurlijk geen verpleegster te bekennen. In paniek rende ik door de gangen. Bij het aantreffen van een verpleegster kreeg ik de loper van mijn oma’s deur in mijn hand gedrukt en succes gewenst.

En daar zat ze, te huilen in haar stoel. Ik snelde naar haar toe, pakte haar handen en drukte mijn voorhoofd tegen het hare. “Wat kan een mens toch soms zo…. Wat kan een mens toch zo…”. Ik vroeg haar of ze niet op het woord kon komen. “Nee” zei ze. Ik zei: “Zal ik raden? Ik ben goed in raden!” Gelukkig lachte ze weer even. Na een aantal emotie-beschrijvende woorden kwamen we uit op bang. “Wat kan een mens toch soms zo bang zijn.”
Ze wist alleen niet meer waarvoor.

Ze was moe en wilde weer slapen. Eenmaal buiten overviel mij haar verdriet. Op die manier oud worden in een afzichtelijk bakstenen Vinex verzorgingstehuis. Waarin je je dagen moet slijten met slapen, alleen zijn en langzaam jezelf verliezen. Wachten totdat iemand je komt afleiden. En die dan weer afsnauwen. Want zo is mijn oma.

Met tranen in mijn ogen kwam ik thuis en ik ging zitten aan de keukentafel. “Hoe was het?” vroeg mama. Ik vertelde haar wat er was gebeurd. “Oh” antwoordde ze: “dan heeft ze gewoon een slechte droom gehad en dan is ze daar van in paniek.” Een verdere toelichting bleef uit. Geen knuffel, geen zakdoek, geen ja lien zielig he maar ja zo gaat het nu eenmaal oud worden. Ik probeerde nog een connectie te maken met mijn moeder door te zeggen van oh mam als jij straks zo oud wordt, dan kan ik dat niet aanzien. “Oh maar ik word niet zo oud hoor” zei ze met een kille stem. “Niet op die manier althans.” Ze ging weer verder met haar werk op de laptop.

Maar ik bedoelde helemaal niet oma’s grillen en negatieve kanten. Ik bedoelde het onomkeerbare proces van de aftakeling. Dat ik dat niet aan kon zien.
En dat die handen, die ik had gekust en de wangen die ik had gedroogd, mij hadden doen denken aan die van haar.

 

Reageer