Honderd jaren leven

De aftakeling. Het verval. Eenmaal ouder dan negentig jaar ontspringt niemand meer die dans. Soms uit het zich in zinnen zeggen als: Wat zei ik ook alweer? Soms in een gek loopje met een verbeten gezicht. “Nee lopen gaat niet zo goed meer. En doet ook zeer.” Ik zie het met lede ogen aan terwijl ik op bezoek ben bij de twee oudste vrouwen in mijn leven. Mijn oude buurvrouw tante Riet en mijn oma.
Dat je maar honderd jaar mag worden wensen we elkaar altijd toe. En op verjaardagen zingen we van honderd jaren leven in de gloria. Wat is de gloria?  “Kees is alweer acht jaar dood. Er is niks aan zonder hem hoor.”  Is dat de gloria? Ik vraag tante Riet: “Mis je hem nog iedere dag?” Ik kan mezelf voor mijn kop slaan, wat een domme vraag. Ze antwoordt: “We zijn zesenveertig jaar samen geweest, soms, dan zit ik in mijn stoel en denk ik dat hij nog naast me zit. Dan praat ik tegen hem. Als ik niks terug hoor, kijk ik op en dan weet ik het weer.”

Het pijnlijke besef. Ik schiet vol en probeer weg te kijken. Ik gooi er een cliché in dat hij veel te vroeg van ons is weggenomen. Ze zegt: “Hij heeft je nog leren lopen met je dikke kont.” Ze lacht bij de herinnering en ik zie dat zij het voor zich ziet. Hoe zij weer even daar is, drieëntwintig jaar geleden toen ik als dikke peuter aan de worstenvinger van Kees leerde lopen op de oprijlaan.

Voordat ik vandaag mijn oude buurvrouw bezocht was ik eerst langs mijn oma die in een opvallend goede doen was. Bij binnenkomst herkende ze me direct en bij het afscheid nemen had ze die heldere, ik zou bijna zeggen jolige klank in haar stem die ik herkende van vroeger. “Nou doe je beste he!” In de tussentijd spraken we over háár vroeger, haar moeder en haar oma. Ze waren vriendelijk geweest, hartelijk zelfs, maar onhandig in de opvoeding. Ik keek naar haar terwijl ze groef in haar geheugen. Nee, ze hadden niet de beste relatie gehad, kwam ze tot de conclusie. Ze is moe en wilt nog even slapen. Het is goed zo denk ik en geef haar warme zoenen. Twee. Zoals ze toen ze dat nog af kon dwingen altijd wilde. Terwijl ik dit schrijf realiseer ik me dat ik de radio ben vergeten harder te zetten. Die kleine handeling niet meer kunnen doen. Ik zou gek worden. Als een gezonde vrouw zijnde stel ik me zo voor dat het voelt alsof je altijd brak bent en spierpijn hebt. Zwarte gaten door de wodka. Maar dan door het leven. Niet even snel op kunnen veren om de radio harder te zetten. Niet achter een auto aan kunnen rennen en als een gek zwaaien omdat je je tas erin bent vergeten.
De aftakeling. Het verval. Wat zei ik ook alweer? Er is niks meer aan zonder Kees hoor. Honderd jaren leven in de gloria.

Reageer