Het ijzeren gordijn

In het kader van een juridisch verantwoord reisje bezocht ik samen met de Stichting Wetwinkel Amsterdam van 2 tot 6 november 2012 de hoofdstad van Hongarije. Doorkruist door de rivier de Donau, jawel Boedapest! De stad waar Sisi op 8 juni 1867 werd gekroond tot koningin van Hongarije. En waar een half liter bier slechts 69 eurocent kost. Redenen genoeg dus voor een bezoek door de Wetwinkel. Maar waar het leven voor de consument in Boedapest vrijwel gratis is, blijkt de vriendelijkheid niet te koop. Na 400 jaar Romeinse overheersing en 150 jaar Turkse overheersing, is vooral de sfeer van 45 jaar sovjet-unie in de stad blijven hangen. In de ogen van de mensen blinkt het ijzeren gordijn je nog tegemoet.

De extreem norse houding van de Hongaren werd met het betreden van het vliegtuig al direct duidelijk toen we met een felle kenau schreeuw van “SIT DOWN!” tot zitten werden gemaand. Maar de Wetwinkel maakt haar eigen gezelligheid en na een vlucht van nog geen twee uur arriveerden we in ons fijne hotel waar we allemaal op één grote kamer sliepen en de badkamer wél twee deuren had maar geen slot. Dankzij het winnen van een aantal rechtszaken en het gulle hart van onze penningmeester verbleven we daar geheel gratis. Wetwinkel-weldaad!

Maar voordat we onze ‘groep-8-kamp-ervaringen’ in de grote slaapzaal gingen herbeleven moest Boedapest ontdekt worden en omdat niemand wist waar we ons in de stad begaven struinden we wat door de straten totdat wij bij de Hongaarse neef van Kapitein Zeppos kwamen. Aanvankelijk bestelden we wat huiverig ons eten omdat we allemaal geen idee hadden hoeveel de munt waard was maar al snel bleek het allemaal niks te kosten en kochten we de hele wijnvoorraad op. Een Nederlandse investering in de Hongaarse economie, heel verantwoord. Al met al werd het een enorm gezellige avond die niemand zich echt meer goed lijkt te kunnen herinneren.
In de dagen die daarop volgden brachten we een bezoek aan Boedapest’s grootse trekpleisters zoals de citadel en het parlementsgebouw en probeerden we te ontspannen in een van Boedapest’s grootste badhuizen. Dit ging heel aardig totdat onze voorzitter werd bestolen en ze uren op het politiebureau moest doorbrengen.

Nadat we allemaal enigszins van deze schrik waren bekomen sloten we het WetwinkelWeekend af met het werkelijke doel van onze reis namelijk een bezoek aan het Hongaarse Helsinki Comité! Deze non-gouvernementele mensenrechten-organisatie zet zich in voor de Hongaarse burger die door de overheid in zijn rechten wordt aangetast. Iets wat – naar wij hoorden – op redelijk grote schaal gebeurd. Geboeid luisterden wij naar de enthousiaste verhalen van twee extreem bevlogen medewerkers en hoorden we hoe zij opkomen voor Hongaarse burgers die door de overheid in het nauw worden gedreven en vervolgens geen rechtshulp kunnen betalen. Omdat de staat deze burgers niet voorziet in een systeem van ‘toevoegingsadvocaten’ zoals wij dat in Nederland hebben ziet het Helsinki comité zich genoodzaakt om deze mensen gratis te vertegenwoordigen. Deze organisatie die puur draait op het werk van vrijwilligers neemt daarbij de verantwoordelijkheid van de overheid op zich. En altijd vol overgave.

Ik vroeg nog of ze niet omkwamen in het werk maar ze wuifden mijn vraag weg door te zeggen dat zij hun werk als een missie zagen in hun leven. Een missie die vervuld moest worden. Ik keek nog even naar hun afhangende schouders, waar de verantwoordelijkheid voor de hulp van heel onrecht-Hongarije op leek te rusten, de donkere kringen in hun gezicht maar hun altijd fel glinsterende ogen. Ja ze waren op een missie. Waar de Wetwinkel voor ons een fijne juridische bijbaan is, is het Helsinki comité voor hen het lichtbaken dat zij vormen voor heel grauw Hongarije.

En toen ik bij het afscheid nemen plotseling de badkamer instapte in plaats van de wc, wist ik het zeker. Deze mensen hebben een niet te stoppen toewijding om diegenen te helpen die door de overheid in de steek worden gelaten. Eenmaal weer buiten waren mijn wetwinkelcollega’s en ik zichtbaar onder de indruk van deze juridische bevlogenheid.
Een badkamer op kantoor, het summun van verantwoordelijkheid nemen!

 

Dit stuk schreef ik namens de Wetwinkel Amsterdam voor het verenigingsblad van de Juridische Faculteitsvereniging UvA de Nota Bene met als thema: Verantwoordelijkheid.

 

Reageer