La vita è bella

Sinds anderhalf jaar zitten mijn ouders op Italiaanse les. Studiare zoals ze dat zelf noemen. Dit vind ik bewonderenswaardig want met de drukte van mijn vaders praktijk en de decennia-oude spijbeldrang van mijn moeder lijkt me dit geen eenvoudig opgave. Maar onder leiding van mijn moeders levensmotto: ‘als je wil kun je alles’, slepen mijn ouders zich elke maandagavond weer naar de Italiaanse les waarna ze hopeloos thuiskomen omdat naar hun eigen zeggen: het tempo weer zo straf is opgevoerd.

Ik vind het niet alleen bewonderenswaardig maar ook enorm hilarisch dat mijn ouders zich het idee hebben voorgesteld dat ze straks, al kuierend door de straten van Lucca, zomaar in alle gemak een klein dik italiaans mannetje kunnen aanspreken die met zijn snorrige vrouw op een eenvoudig – maar oh zo mooi italiaans – stoepje met hun kleinzoontje spelen en dan kunnen zeggen van: Va bene! Wil de bambino een gelato? La vita e bella!

Mijn moeder, die in Honduras na uitgebreide Spaanse instructies nog steeds Danke schon zegt, straks vloeiend Italiaans sprekend!? De wonderen zijn de wereld nog niet uit! Als ze het klaarspelen tenminste. Tot nog toe is het vooral nog woordjes stampen en die dan te pas en te onpas en vooral random toepassen. Vero? Dove?

Maar ik ben zo trots op ze als ik zie hoe ze doorzetten. Hoe mijn vader met zijn grote Italiaanse glimlach vol van enthousiasme bij de tv komt staan en vraagt: “Lien! Zal ik je een zelfgeschreven italiaans verhaal voorlezen?” “Nee pap liever niet.” Het heeft geen zin om te protesteren; hij is al gestart en met de plechtigheid van een sinterklaasgedicht draagt hij zijn verhaal aan mij voor. Zoiets van Cato in horte est. Vanuit mijn ooghoeken zie ik mijn moeder ondertussen volledig met de handen in het haar, zuchtend en steunend maar ook vinnig met de opmerking: “Paul! Je gebruikt allemaal woorden die niet in de opdracht stonden!!”

“Ach Ellen, het gaat toch om de beleving.” En daarmee slaat hij de spijker op zijn kop. Het gaat er niet om of ze volgend jaar zullen slagen voor een of ander fors staatsexamen Italiaans maar dat ze onderweg, tijdens hun tochten naar Spoleto en Assisi kunnen praten met de boeren. ‘Wat een mooi leven heeft u hier!’ ‘Hoe oud is die bambino.’ Voelen wat er in de mensen omgaat. La vita è bella, en dat beleven.

Reageer